Ons kleinkind Tante Betje heeft zo haar eigen kijk op de wereld en is in haar onschuld altijd een beetje op zoek naar de kreukelzone. Vindt zij het in een schoenenwinkel bijvoorbeeld een zooitje, dan is het voor haar vanzelfsprekend dat alle met zorg geëtaleerde schoenen netjes op kleur en in een rijtje op de onderste plank worden gerangschikt. ”Want dan hoeft die vrouw dat zelf niet meer te doen.” Zijn we met de hele familie in een wokrestaurant, gaat zij friet halen met saus uit de chocoladefontein, ”.. want bij de Efteling kan dat niet.” (.. ?? ..).

Grote zus Jetje Mina heeft afgesproken met een vriendin, papa en mama moeten binnen nog even wat doen, en ik vind het kneuterig om aan de tuintafel wat bij te kletsen met onze Tante Betje. Ik vraag hoe het op school is. ”Oh, dat, ja, er komt een nieuwe juf bij mij in de klas, die moet nog wel even wennen geloof ik.” Ik vraag wat ze dan tegen de nieuwe juf heeft gezegd. ”Nou, gewoon, dat ik eigenlijk alles al wel goed kan, lezen en schrijven en zo, dus dan heb ik lekker veel tijd om te kletsen, want ik weet toch al heel veel.” Betje wordt niet gehinderd door bescheidenheid. Het is ook niet ondenkbaar dat haar logica, na zo’n eerste kennismaking, er toe bijdraagt dat de nieuwe juf in een Frans klooster preventief tot rust moet komen. ”Maar ik heb gezegd dat het wel goed komt.” Ze knikt geruststellend. ”En oma, wij zijn ook met de caravan weg geweest, daar heb je nog niks van gevraagd.” Natuurlijk wil ik álles weten kind, vertel maar, héél lang en héél veel. Als trouwe oma zal ik zonder klagen luisteren tot mijn oren op de grond uiteenvallen. Betje zet de kwettermachine aan. Zij waren dus op de camping. Alle veertien dagen heeft ze alles onthouden, tot de roze nagellak van de vriendin van het achterbuurmeisje aan toe. Een eindeloze woordenstroom ” ..en ik heb ook ruzie gemaakt met papa omdat ik nog ging zingen in bed. Papa zei toen dat ik stil moest zijn omdat het al half één was en er nog meer mensen in de caravan waren, maar wij waren maar alleen met z’n vieren ..,” enz. enz.. Jeetje Mina! Reeksen volzinnen komen voorbij, waar haalt ze het vandaan, en er komt maar geen eind aan. Ze gingen zelfs naar huis terwijl zij, Betje, nog wilde blijven! ”.. en toen zei ik tegen papa dat hij de tent niet mocht afbreken, want dat mogen wij ook niet ..” Een subtiele grijns onder de glimmende oogjes, humor en woordgrapjes zijn haar ook niet vreemd. Wat een figuur, dit kind. ”Time-out .. Time-out!” schreeuwen mijn bijna bloedende oren. Net op tijd word ik gered door mijn schoondochter die met koffie en vlaai komt. ”En kletsmajoor, heeft oma nog oren?” Een mond vol vlaai houdt Betje niet tegen. ”Kuurlich, fe wheet noh wang nie awwes! Ohk hakanchi moeft ihk..!” Gewoon doorkletsen, onder alle omstandigheden, van wie heeft ze dat toch!