Het was een mooie zonnige zaterdag in augustus. Een dag om van te genieten. Helaas moest ik die dag naar de begrafenis van een vriendin en als je naar een begrafenis moet, kun je niet zeggen dat je gaat genieten. Iets na de middag ging ik alleen*) naar de Sint Jozefkapel aan de Bolkensteeg, de plek waar voortaan de begrafenisdiensten in Dongen gehouden worden. Wat opvalt als je de kapel binnenkomt, ook al is het voor een trieste aangelegenheid, is het prachtige licht dat door de glas-in-loodramen naar binnenvalt. *) Hans is niet meegegaan naar de begrafenis omdat dit, gezien zijn gezondheidssituatie, niet lukte.
Het orgel speelde zachtjes. De leden van het Gelegenheidskoor stonden voor deze gelegenheid boven. Langzaamaan druppelden de bezoekers binnen: familie, vrienden, buren en kennissen. Iedereen zocht een plaatsje. Toen was het zover, het vreselijke moment dat de kist binnen werd gereden. Ik had een mooie plek op de vijfde rij (dacht ik). De kleine stoet kwam voorbij en de prachtige bloemen op de kist vielen meteen op: bloemen van tien vriendinnen van mijn overleden vriendin. Even een lichtpuntje op deze trieste bijeenkomst.
De viering was stemmig en mooi. Een aantal vriendinnen las een herinnering aan de overledene voor. Er kwamen allerlei gebeurtenissen voorbij. Sommige lezeressen moesten even huilen voordat zij begonnen met hun verhaal, of zij moesten even stoppen tijdens het voorlezen. Gelukkig lukte het mij zonder tranen.
Die tranen kwam wel even, toen de voorganger het stukje uit het Oude Testament las over de ‘sterke vrouw’ uit het Boek Spreuken, een citaat: ‘Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Haar waarde gaat die van edelstenen ver te boven!..... Zij merkt dat haar ondernemingen slagen: ’s nachts gaat haar lamp niet uit. Zij opent haar hand voor de behoeftige en strekt haar armen uit naar de misdeelde.
Kracht en waardigheid zijn haar gewaad en zij ziet lachend de komende dag tegemoet. Zij opent haar mond en zij spreekt wijsheid; van haar tong komen lieflijke lessen….(tot zover het citaat).
De dienst ging door en het moment kwam om ter communie te gaan. Een voor een schuifelden de aanwezigen naar voren, voorzichtig langs de kist met de prachtige bloemen lopend. Het was mijn beurt. Met gevouwen handen nam ik de hostie van de voorganger aan. Die hostie bleef plakken in mijn mond. Op dat moment moest ik, ondanks de trieste omstandigheden, toch even lachen. Een gebeurtenis van vroeger kwam in mijn gedachten.
Terug naar vroeger…..mijn oma was overleden en er was, in het bejaardenhuis (zoals dat toen nog heette) een avondwake. De ruimte waar die avondwake werd gehouden zat vol. Dat was mooi. Op een gegeven moment was het ook tijdens die avondwake tijd om de communie uit te delen. De pastoor had schijnbaar niet op zoveel mensen gerekend, want op een gegeven moment was de kelk leeg. Hij fluisterde tegen mijn vader (die hij kende omdat mijn vader in die tijd klusjes deed in het bejaardenhuis): “Kees, de hosties zijn op!” En de pastoor verdween om nieuwe hosties te gaan halen. Ik moest zó hard lachen, dat ik tranen in mijn ogen kreeg. Vroeger werd immers altijd verteld dat de hosties nooit op konden raken: die kelk zou altijd vol blijven. Dat bleek dus ook weer niet waar! Met mijn handen voor mijn ogen leek het misschien alsof ik huilde, tenminste, dat hoopte ik. Ik bleef lachen en sommige aanwezigen keken me echt boos aan. Hoe kun je nu lachen op zo’n dag?
Mijn hoop, dat mensen dachten dat ik huilde, bleek ijdel. Al meteen na de avondwake kwamen er mensen naar mij toe die mij aanspraken. “Jij zat te lachen, toch?” Ik probeerde nog te zeggen dat ik écht huilde, niemand geloofde mij. En ik denk dat mijn vader ook even boos was op mij, maar dat kan ik me niet meer herinneren.
Terug naar het heden. Het was een mooie dienst ter nagedachtenis aan mijn vriendin, die werd afgesloten met een plechtige bijeenkomst op de begraafplaats. Daarna was er nog even tijd om bij te praten in de nieuwe ontmoetingsruimte bij de begraafplaats (echt mooi geworden trouwens).
Aan het eind van de middag kwam ik thuis. Hans vroeg of ik zin had om mee te gaan naar ons favoriete terrasje. Ja! Dus toch even genieten die dag. Wij hebben ons glas geheven ter nagedachtenis aan mijn vriendin. Zo werd de trieste dag toch nog even extra zonnig!
(De foto bij dit verhaal heeft mijn vriendin gemaakt toen ik de laatste keer bij haar op bezoek was in het ziekenhuis).